In de Master of Science-opleiding kies je tussen drie
afstudeerrichtingen van elk 2 jaar. De opleiding wordt afgerond met een
oorspronkelijk onderzoek (thesisonderzoek), waarvoor je zelf de volledige
verantwoordelijkheid draagt, maar waarin je intens begeleid wordt.
Wie afstudeert in een van deze richtingen heeft een
grondige kennis in de biologische wetenschappen
en kan ze gebruiken, zowel om het "leven" verder
te bestuderen (loopbaan in het onderzoek), maar ook om deze
moderne technieken in praktijk te brengen in de bedrijfswereld.
Afstudeerrichting Genetica, Cel- en Ontwikkelingsbiologie

Dit profiel is gericht op het opbouwen van een grondig begrip
van de levende organismen. Je leert over de functies van
de cel, de bouwstenen van een organisme, over stamcellen,
over de interacties tussen cellen
en
weefsels gedurende de embryonale ontwikkeling, over de cellulaire processen
die normaal gebeuren, maar ook waar het "fout" kan gaan tijdens
de levensduur van een organisme. Je wordt ook geconfronteerd
met de veelzijdige fundamentele en toegepaste aspecten van
de genetica.
Dankzij de "state-of-the-art" aanpak voor de snel
evoluerende moleculaire biologietechnieken, ben je sterk
gevormd als moleculair bioloog, geneticus, celbioloog en
ontwikkelingsbioloog.
Je
leert gebruik te maken van uni- en multicellulaire modelorganismen zoals
micro-organismen, planten, cellijnen, dieren en de
mens om de basisfuncties
van de organismen te bestuderen (fundamenteel onderzoek), maar ook om hun
eigenschappen te veranderen (toegepast onderzoek, medische
toepassingen). Je zal vaardigheden verwerven
in genotoxicologie, biomonitoring,
moleculaire screening, mutagenese,
carcinogenese, maar ook op het vlak van de populatiegenetica, behoudsgenetica
en de groei en ontwikkeling van de mens.
Omwille van hun grondig biologisch inzicht worden deze biologen zeer
op
prijs gesteld in onderzoeksafdelingen van bedrijven, klinische
laboratoria
en researchinstellingen en als leerkracht in het secundair
en hoger onderwijs.
Terug naar boven
Afstudeerrichting Milieubiologie: biodiversiteit
en ecosystemen
Dit profiel is gericht op het ontwikkelen van een doorgedreven kennis van de relaties tussen fauna, flora,
micro-organismen en ecosystemen. Er wordt aandacht besteed aan omgevingsbiologie in zijn ruimste zin,
waarbij je als toekomstige bioloog natuurhistorische kennis kan opdoen tijdens terreinwerk in binnen- en buitenland.
In combinatie met onmisbare laboratoriumtechnieken (bvb. fysico-chemische analyse en DNA-onderzoek)
en technologieën (bvb. teledetectie, Geografische Informatie Systemen, computermodellen) word je
getraind in het verwerven van een wetenschappelijk totaalbeeld op de natuur rondom ons en van het leven in
historisch (geologische tijdsschaal) en evolutief perspectief.
Een afgestudeerde in deze richting weet de draagwijdte van de natuur- en milieuproblematiek in te schatten,
de consequenties voor de biodiversiteit en het ecosysteem te analyseren, de sturende processen op grote
schaal (ecosystemen) en op kleine schaal (overleving van het organisme en evolutie) te volgen, en plannen
voor natuurlijk herstel aan te geven. Je wordt dus sterk gevormd als ecoloog, zoöloog, botanicus, mariene bioloog,
limnoloog, evolutiebioloog. Je kunt dan ook terecht in fundamenteel en terreingebonden wetenschappelijk onderzoek aan universiteiten en researchinstellingen, in toepassingen noodzakelijk in het beleid (overheid),
in milieubureaus, in de bedrijfswereld en uiteraard als leerkracht in het secundair en hoger onderwijs.
Terug naar boven
Afstudeerrichting: Onderwijs
Naast de biologie opleiding (m.i.v. een thesisonderzoek),
is het mogelijk de helft (30 SP) van de lerarenopleiding
te volgen die bekwame
en inspirerende leraars en wetenschapsvoorlichters vormt.
De vernieuwde lerarenopleiding telt
60 studiepunten (SP) en wordt ingevuld met een theoretische
component (30 SP) die deel uitmaakt van de Master in de Biologie
- afstudeerrichting Onderwijs en een praktijkgerichte
component (30 SP) die na de Master dient gedaan te worden.
In het curriculum van de afstudeerrichting Onderwijs worden
zowel gemeenschappelijke als vakspecifieke opleidingsonderdelen
opgenomen (vb Praktische didactische vaardigheden in de biowetenschappen).
Ons programma is opgebouwd rond samenhangende
gehelen van vaardigheden, waarbij je telkens door ervaringen
en reflectie inzichten verwerft, deze toetst en oefent aan
het lesgeven in de biologie (en eventueel andere wetenschappen)
.